Docent 1980-1990
Bouw huis Achtkant | Jan Theo en Folkert peuters | Jelle geboren | Jan Theo op school | De computer | P2000 en Wiskunde II | Folkert op school | Brassband en scriba | Jelle als peuter en op school | Vakantie | Lauwers College
Bouw huis Achtkant
Het duurde lang voordat de aannemer echt met de bouw kon beginnen. Voor de winter was de bouwput al uitgegraven, maar die stond na de winter steeds vol water. Er was heel veel sneeuw gevallen in de winter, en doordat dat smolt was het heel nat in het voorjaar. De aannemer probeerde de bouwput leeg te pompen, maar hij liep net zo snel weer vol.
Maar op een gegeven moment konden ze toch beginnen met de fundamenten. Ze moesten behoorlijk diep beginnen met de fundering, ongeveer 1,5 meter. Maar bij de buren moesten ze hijen, tenminste op een plaats waar een sloot had gezeten. Dat hoefde bij ons niet.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
We hadden aan Wiebe en Janneke, die aan het Parcours een huis door dezelfde aannemer Kuipers hadden laten bouwen, gevraagd of er ook dingen waren waar we op moesten letten. Zij waren heel tevreden over de bouw, maar ze vonden wel dat het op hun slaapkamers koud was en dat het er tochtte. Ze raadden ons aan goed naar de afdichting van de naden te kijken en naar de isolatie.
Ik heb daarom besloten de slaapkamers zelf te betimmeren met grenen schrootjes. De plafonds en de schuine zijden. En tussen die grenen schrootjes en de dakplaten heb ik nog platen isofer aangebracht. En de naden met de muren heb ik met isofer dichtgestopt, daarna alles met een lat afgedicht en ook nog gekit. De aannemer leverde alle schrootjes maar bij het meer- en minderwerk kun je zien dat er voor het arbeidsloon weer wat afgetrokken is.
Er ging zo nu en dan wel wat mis. In de slaapkamer grenzend aan het garagedak kwam een deur, zodat je op het garagedak kon stappen. Boven die deur zat een raam in een punt. Maar het kozijn hadden ze te groot gemaakt, zodat het meer naar rechts in de kamer moest, anders paste het niet onder het dak. Dat had tot gevolg dat de deur niet op het garagedak uitkwam, maar er voor. Daarom hebben ze besloten het dak van de garage wat langer te maken. Er kwam eigenlijk een afdak van een meter voor de garage, zodat de deur daar op uit kwam.
Op de tekeningen van het huis kun je zien wat oorspronkelijk de bedoeling was. In de N.W.gevel gaat het raam boven de deur niet tot de nok, maar bij de bouw was dat wel het geval.
Het schilderwerk heb ik allemaal zelf gedaan, buiten kwam alles in de bruine beits en binnen de kozijnen ook.
Zwager Nammen heeft de keuken geïnstalleerd. Dat leverde ook nog een probleempje op. De breedte van het keukenblok was 2.50 meter, want zo breed zou de keuken zijn volgens de tekening. Maar het bleek 2.49 m. te zijn, en dus pasten de kastjes er net niet tussen. Toen heb ik het stucwerk aan de ene kant van de muur geschraapt, en toen paste het precies.
Na verloop van tijd zei de aannemer dat het huis wel klaar zou zijn op 1 november. Toen ons huis aan het Parcours verkocht werd hebben we een maand speling genomen, daarom hebben we het verkocht per 1 december 1979. Maar op 1 december was het nog niet klaar. We hebben Jacques en Hettie, die ons huis gekocht hadden, gevraagd of de verhuizing een week uitgesteld kon worden. Daar gingen ze mee akkoord als wij de kosten van hun verhuizing zouden betalen. Ze waren eigenlijk van plan de verhuizing met eigen mensen en kennissen te regelen, maar als het een week later moest lukte het niet met eigen mensen. Dat hebben we gedaan, en zo gingen wij op 7 december 1980 verhuizen. Een paar dagen ervoor hadden we steeds al van alles overgebracht met onze kar. Zelfs op sinterklaasavond hebben we nog een kar vol bloemen en planten verhuisd.
Er moest toen nog van alles aan het huis gebeuren trouwens. Er zat nog geen thermopane in, maar noodglas. Het thermopane was besteld, maar het was er nog niet. Verder hadden we nog geen waterleiding. Volgens de aannemer was het allemaal geregeld, we hadden een maand daarvoor nog gevraagd hoe het zat. Maar ze kwamen de waterleiding pas na het weekend aansluiten. Gelukkig kwam buurman Aebe met een ton en een waterslang over de weg, zodat we ons konden redden.
Ook de stopcontacten en lichtschakelaars waren tijdelijk. Eén van de eerste dingen die de installateur vroeg, toen ze begonnen met bouwen, was welke soort stopcontacten en lichtschakelaars we wilden hebben. Die hebben we uitgezocht zodat ze ze konden bestellen, maar na driekwart jaar waren ze er nog niet. Hadden ze ze eigenlijk wel besteld? We kregen daarom eerst witte stopcontacten en lichtschakelaars, dat was niet zo’n probleem want ze werkten in ieder geval.
We kregen in de woonkamer en de slaapkamers tapijt. Dat werd gelegd door Durk Dam uit Harkema. Hij speelde met mij in de brassband.
We hadden nog geen pad naar de voordeur en de oprit voor de garage was ook niet aangelegd. Dat lukte ook niet meer voor de verhuizing want het was steeds erg nat. Ik heb hier en daar wat gewassen grindtegels in de kletsnatte modder gelegd, en daar hebben we op de verhuisdag nog oude stukken tapijt overheen gelegd. Zo konden de verhuizers met droge voeten in ons huis komen, en werd het niet al te veel ingelopen.
Het was de bedoeling dat de aannemer het pad en de oprit zou aanleggen, dat kun je lezen in het bestek. De gewassen grindtegels waren er al wel, maar uiteindelijk heb ik een aantal maanden later, toen alles wat droger was, het pad en de oprit zelf maar aangelegd.
In de kerstvakantie ben ik met de vliering bezig geweest. In onze slaapkamer was een luik, waardoor je op de vliering kon komen. We hebben een vlizotrap gekocht, en die heb ik op het luik vastgemaakt zodat je gemakkelijk naar boven kon.
De nokbalk werd behalve op de uiteinden ondersteund door twee tussenmuurtjes die tot de nok gemetseld waren. In die steunmuurtjes waren wel poortjes opengelaten, waar je doorheen kon kruipen. Maar het was lastig om van de ruimte boven onze slaapkamer naar de andere ruimten op de vliering te komen. Daarom heb ik die tussenmuurtjes afgebroken, maar eerst heb ik er natuurlijk wel voor gezorgd dat de nokbalk genoeg ondersteuning hield. Dat heb ik gedaan met balken. De stenen van de tussenmuurtjes gooide ik door ons slaapkamerraam naar beneden. De buren zullen wel gedacht hebben dat we ons huis weer gingen afbreken.
De vloerbedekking, die we aan het Parcours op de slaapkamers hadden, heb ik gebruikt voor de vliering. Zo hadden we daar een mooie bergruimte.
In de volgende zomer kwam Pieter de Bruin met een dragline en een vrachtwagen. De heuvels met slechte grond werden afgevoerd, alles werd geëgaliseerd en er kwam mooie zandgrond voor in de plaats.
Toen konden we beginnen met het aanleggen van de tuin. Maar eerst gingen we nog draineren. Toen het bouwterrein aan de Achtkant werd aangelegd zijn er vijvers rondom gegraven. De grond, die daardoor vrij kwam, werd over het land uitgespreid. Daardoor werd het terrein wel 80 cm. opgehoogd. Maar de zode er onder werd niet losgemaakt, en daardoor kon het regenwater niet wegkomen. De grond, die er zat, was knipklei. Dat is slecht doorlatend. Daarom heb ik rondom het huis een geul van zo’n 90 cm. diep gegraven en daarin een buis gelegd met gaatjes en een cocosomhulsel. Die heb ik aangesloten op de buis die van ons huis naar de riolering liep. Daar bovenop heb ik een laag grof metselzand gestort. Daar kon het water dan in lopen en via de drainagebuis naar het riool lopen. In totaal heb ik een sleuf van minstens 50 m. gegraven. Dat was een heel gedoe want het onderste laagje was knipklei, en dat bleef gewoon aan de schop kleven. Maar het heeft er wel voor gezorgd dat het nooit erg nat werd in onze tuin, terwijl anderen in onze buurt daar wel erg veel last van hadden.
We kochten vervolgens een heel stel bielzen, waarmee we de vorm van de borders vastlegden. Op de hoek vormden we met paaltjes een ronde afscheiding. Op de afscheiding met de gemeentegrond plantten we een berberisheg. Aan de zijkant naast de garage hadden we een groentetuin. Die zie je hieronder rechts, ik ben daar in gesprek met mevr. Klinge, onze buurvrouw.
![]() |
![]() |
![]() |
Jan Theo en Folkert peuters
Jan Theo en Folkert groeiden voorspoedig op. Hieronder een aantal foto’s van hen.
Jan Theo was heel blij met zijn kleine broertje, en wilde hem steeds knuffelen. Hij was heel druk in die tijd.
Folkert was een gemakkelijke baby. Hij was flink uit de kluiten gewassen, en groeide als kool. De formulieren van het consultatiebureau waren niet op zijn lengte berekend, de grafieken pasten er niet op.
Bij de eerste foto hieronder zie je Jan Theo in de zogenaamde Berend Boudewijnstoel.
Daarnaast zie je Folkert, die mooi aan het spelen is. En daarnaast zit Folkert in een wipstoeltje, Jan Theo past goed op hem.
Op de foto’s eronder eerst Jan Theo en Folkert in een speeltuin op vakantie. Daarnaast ook een vakantiefoto uit Monschau. We waren toen op vakantie in Limburg. Jan Theo zit klaar voor de foto, hij wil er mooi op staan. En het interesseert Folkert niet hoe hij op de foto staat. Daarnaast liggen ze op een tafelkleed bij pake en beppe Dokkum.
Op de onderste rij links zitten ze op het plateau bij de open haard in ons nieuwe huis aan de Achtkant. Daarnaast zijn ze achter ons huis aan het spelen, terwijl ik met een pergola bezig ben. Die pergola is handig, want er kan een schommel en ringen aan hangen. En in de zandbak wordt ook veel gespeeld. De kar heeft Jan Theo op zijn verjaardag gekregen. Dat was in de vakantie, en die is boven op de auto meegegaan. En op de laatste foto zie je ons in de dierentuin in Emmen.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Jelle geboren
Op de middelste foto hierboven is al te zien dat Bettie in verwachting was. We gingen in 1981 niet op vakantie omdat Bettie in verwachting was. We gingen daarom regelmatig naar de stacaravan van Bettie’s ouders in Een. En op 5 september 1981 werd Jelle geboren. Bij de geboorte was er een kraamverzorgster uit Buitenpost bij, even later kwam er een tijdelijke kraamverzorgster die hoofdzakelijk buiten in de zon heeft gezeten. En de volgende dag kwam de definitieve kraamverzorgster, een jonge dame die van wanten wist. Je ziet haar hieronder op de derde foto met Jelle.
Folkert had gelogeerd bij Garmt en Sita. Folkert speelde vaak met Roel. En Jan Theo had thuis geslapen. Toen Jan Theo ‘s morgens wakker werd zei hij: Ik hear in eintsje!” (ik hoor een eendje). Maar dat was Jelle!
De foto’s op de onderste rij zijn genoemn op de dag dat Jelle gedoopt werd. Na afloop van de kerkdienst kwam de familie mee op de koffie. Jissie, Seppie, Tinie, Bettie met Jelle en Saapke met Maaike bij de tafel. Op de foto ernaast zijn Franciska, Sander en Rienk mooi aan het spelen.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Jan Theo op school
Jan Theo zat ondertussen al op school. Toen we nog aan het Parcours woonden was hij naar de kleuterschool gegaan. Hij ging toen alvast naar de school vlak bij de Achtkant, zodat hij niet van school hoefde te wisselen als we naar de Achtkant gingen verhuizen. Hij zat bij juf Grietje Renkema. In september 1981 ging hij voor het eerst naar de basisschool. Hij kwam toen in de klas bij juf Ellie Nienhuis. Jelle was toen net geboren. Op de linker foto hieronder komt hij uit school, hij loopt hand in hand met Hilde Pilat. Achter hen (met het witte haar) loopt Sape Romke Brinkman en tussen Jan Theo en Sape Romke zie je Sjoerd Kloosterman. Met die twee jongens speelde Jan Theo vaak.
In de zomer waren er feestwagens, Jan Theo zat ook op één er van. Dat zie je op de tweede foto. Die wagen moest wel versierd en aangekleed worden, dat deden we samen als ouders. De wagen stond dan in een loods van Kapenga. Er kwamen ook een aantal moeders bij ons om spullen klaar te maken.
Op de laatste schooldag voor de grote vakantie gingen de leerlingen verkleed door het dorp. Bettie had voor Jan Theo een pipo-pak gemaakt, zie foto drie. Dat hebben later ook Folkert en Jelle gedragen.
Op de foto’s daaronder zie je Jan Theo met een blokfluit en met cornet. Op een klassenavond op school speelde Jan Theo een stukje op cornet, maar eigenlijk voetbalde Jan Theo liever. Dus het spelen op de cornet heeft niet heel lang geduurd.
Op de derde rij foto’s zie je eerst Jan Theo en Folkert bij de tafel met dominosteentjes. Als je de eerste omduwt vallen ze achtereenvolgens allemaal. Er was in Nederland in 1986 een record gevestigd met 1.250.000 steentjes, Jan Theo en Folkert deden het met iets minder steentjes.
Op de tweede foto zit Jan Theo bij een schooltafeltje een werkje te maken en Jelle is met lego aan het spelen. Op de derde foto zijn ze bij beppe Oentsjerk, die toen tijdelijk in een verzorgingstehuis zat.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
De computer
Bij het vak Wiskunde II op het VWO moest ook een keuzeonderwerp behandeld worden. In Dokkum op het Oostergo-lyceum gaf de heer Anton Roodhart, mijn stagementor, als keuzeonderwerp Logica. Hij had daarvoor zelf een stencilmap gemaakt, en dat leek mij ook wel wat. Er waren nog een aantal stencilmappen over, en die heb ik overgenomen en voor mijn leerlingen gebruikt.
Na een paar jaar koos ik een ander keuzeonderwerp: Computerkunde. Het IOWO in Utrecht gaf een werkschrift met die titel uit. Daarin kwam de programmeertaal ECOL aan de orde, dat was een programmeertaal speciaal voor leerlingen. De leerlingen konden programma’s op schrapkaarten aanschrappen. Ze moesten m.b.v. potloodstreepjes de codewoorden aanstrepen. De schrapkaarten (een hele stapel voor één programma) werden in een doosje opgestuurd naar Utrecht, en dan maar afwachten wat er aan uitkomsten terugkwam.
Een week later kreeg je de afdruk van je programma en het resultaat ervan op papier. Als je dan een resultaat terug kreeg wat de bedoeling was, bijv. een grafiek of een tabel, dan was je de koning te rijk. Maar vaak was het resultaat iets als ‘syntax error in line 20’. Dan moest je het programma opnieuw op schrapkaarten aanmaken, en dan hopelijk zonder fout. Dan moest het weer worden opgestuurd en was je weer een week verder. Maar het was de enige manier om met een computer te werken in die tijd.
Ik ben toen nog eens met een Wiskunde II-groep in de trein naar Utrecht geweest. Daar werden een aantal microcomputers getoond, en die mocht je uitproberen. In de trein heb ik de leerlingen wat van de programmeertaal BASIC bijgebracht (ik had daarvoor een stencil gemaakt), want die taal konden we op die computers gebruiken. Ik had ze bijv. een programmaatje geleerd waarbij de eerste 100 priemgetallen getoond worden.
Dat programma probeerden we op de verschillende computers uit, dan kon je mooi de snelheden vergelijken. De ene computer deed er 2 seconden over en de volgende misschien wel 20 seconden. Het was voor het eerst dat we computers zagen. Die computers waren nog behoorlijk duur, minstens f 10000,-
In de tweede helft van 1981 werd er bij ons op school een computercursus gegeven. Dat betekende in die tijd eigenlijk alleen maar: programmeren in BASIC. De cursus was van TEACHIP en werd gegeven door Peter Dral. Hij had er voor gezorgd dat er in een lokaal zo’n 15 microcomputers van het type SHARP-MZ80k stonden. De MZ-80K beschikte over een ingebouwde cassetterecorder voor het opslaan en uitlezen van programma’s en gegevens, en een monochrome monitor die 25 regels van 40 karakters kon weergeven. BASIC moest vanaf tape worden geladen, en dan kon je er mee werken. Het was de bedoeling dat we in groepjes gingen werken, en dat we eerst gingen bepalen wat we wilden maken. Ik vormde een groepje met rector André Bos en conrector Jaap Lawerman, en we besloten een clusterprogramma te schrijven.
Voordat er een rooster voor de leerlingen gemaakt kan worden moet er eerst een clusterschema gemaakt worden voor de klassen waar de leerlingen keuzevakken kunnen kiezen. In die tijd moesten de leerlingen van de havo in zes vakken examen doen, dus in havo-44 en havo-5 hadden de leerlingen zes vakken, en dan ook nog gymnastiek en godsdienst. Op het vwo hadden de leerlingen zeven examenvakken.
Als de ene leerling natuurkunde had, had de andere misschien aardrijkskunde of geschiedenis of frans. Maar als er een leerling was die natuurkunde en frans in zijn of haar pakket had, dan konden die vakken niet tegelijk gegeven worden. Behalve als er bijv. twee groepen natuurkunde waren, maar dan moest die leerling wel in de natuurkunde-groep zitten die niet tegelijk frans had.
Het was altijd een heel gepuzzel om uit te zoeken welke vakken tegelijkertijd gegeven konden worden. Hoe meer tweegroepsvakken en driegroepsvakken er waren, hoe gemakkelijker het was. Want ééngroepsvakken konden alleen tegelijk gegeven worden als er geen enkele leerling was die beide gekozen had.
Als je een programma wilde maken waarmee je dat uit kon zoeken moest je er eerst voor zorgen dat de gegevens van alle leerlingen met hun vakkenpakketten ingevoerd konden worden. Andre Bos en Jaap Lawerman vertelden wat er allemaal moest gebeuren, en hoe zij het aanpakten om een clusterschema te maken, en ik ging dat in een programma verwerken. Het was heel ambitieus, want het was behoorlijk ingewikkeld. Maar toch lukte het redelijk om zo’n programma te maken.
In 1983 kocht de school een TRS-80 model III computer voor de administratie. Deze computer had een diskdrive, dat was behoorlijk vooruitstrevend. Je hoefde niet meer met cassettebandjes te werken, maar je kon de gegevens op een floppy-disk vastleggen. Dat werkte veel handiger en sneller. Ik kocht zelf ook zo’n apparaat, ik geloof dat hij f 4000 kostte. Maar hij was aftrekbaar van de belastingen, je kon hem als studiekosten opvoeren.
Ik kocht ook een tweedehands margrietwielprinter. Dat was een printer met net zo’n letterwieltje als een typmachine. Hij printte veel mooier dan een matrix printer, maar je kon er geen figuren mee printen.
Het clusterprogramma zette ik om voor deze computer. Dat was nog wel een gedoe, want de TRS-80 had een scherm waarop 16 regels van 64 karakters pasten.
De namen van de leerlingen en hun vakkenpakketten werden ingevoerd, en het aantal groepen per vak en het maximaal aantal clusterlijnen. Dan ging de computer aan het rekenen, en na een nacht waren we heel benieuwd met welke oplossingen de computer kwam. Tien jaar later gebruikten we nog steeds hetzelfde programma, maar dan kwam de computer al na twee seconden met de oplossingen i.p.v. iets van twaalf uren. Zo snel gingen de ontwikkelingen.
P2000 en Wiskunde II
Ook in 1983 werd er door het Lauwers College acht P2000-computers aangeschaft. De computer bestond uit een platte kast met een daaraan vast gemonteerd toetsenbord. Bovenop twee gleuven voor programmacartridges. Meestal werd die gebruikt voor een BASIC-module, zodat je heel gemakkelijk met BASIC kon werken. Er was ook een ingebouwde mini-cassettedrive. Deze cassettedrive was ongeveer 10 keer zo snel als de normale audiocassette-drives. Bovendien kon de P2000 de gehele inhoud van een bandje weergeven op het scherm, en ging het opzoeken of wegschrijven van een programma volledig automatisch. Wel had je nog een losse monitor nodig.
Ik heb een paar jaar bij Wiskunde II als keuzeonderwerp Computerkunde gebruikt. Daarbij werd een werkschrift van het IOWO over dat onderwerp gebruikt, en de leerlingen konden programma’s in de programmeertaal ECOL op schrapkaarten aanschrappen. Maar toen we zelf computers op school hadden was het natuurlijk veel handiger daar gebruik van te maken.
Daarom heb ik vanaf 1984 als keuzeonderwerp Numerieke Wiskunde gekozen. Ik heb toen zelf een werkschrift samengesteld over dat onderwerp (wel heb ik daarbij een aantal bladzijden uit het werkschrift van IOWO over dat onderwerp gebruikt), een gedeelte daarvan kun je hier bekijken. Daarin werd eerst de werking van de P2000 uitgelegd, en de beginselen van het programmeren in BASIC.
Verder kwamen er een aantal principes van Numerieke Wiskunde aan de orde. Zoals benaderingen van nulpunten m.b.v. de halveringsmethode en de methode van Newton-Raphson, het benaderen van integralen m.b.v. de trapeziumregel en de methode van Simpson en het oplossen van een aantal vergelijkingen met een aantal onbekenden m.b.v. de veegmethode van Gauss.
Ik had zelf programma’s geschreven voor die problemen voor de P2000, die stonden op de cassettebandjes. Daar mochten de leerlingen gebruik van maken bij het schoolonderzoek over het keuzeonderwerp.
Een aantal meisjes, die wel Wiskunde I hadden maar geen Wiskunde II, vroegen of ze het programma van het keuzeonderwerp ook mochten volgen. Zij hadden toevallig op het uur dat ik met het keuzeonderwerp bezig was een tussenuur. Ze vonden het heel interessant, het was de eerste keer dat de computer op school voor de lessen gebruikt werd.
Er werd ook nog aandacht aan besteed in de krant, in de Feanster stond het artikel dat je hiernaast ziet.
In de jaren zeventig bleek dat Wiskunde 1 te moeilijk was voor veel toekomstige gamma-studenten, terwijl het toch voor die studierichtingen een universitaire toelatingseis bleef. Dat bleek vooral bij de beruchte statistiektentamens in het eerste jaar.
De gamma-faculteiten hadden er geen zin meer in om die studenten in de zomervakantie dure wiskunde- en statistiekcursussen te laten volgen, en begonnen dus aan te dringen op minder beta-gerichte wiskunde op het VWO.
Dat was de aanleiding voor een totale herverkaveling: Wiskunde II werd afgeschaft, Wiskunde I werd omgevormd tot Wiskunde B (waarbij de statistiek verdween en er ruimtemeetkunde voor in de plaats kwam), en verder kon je vanaf toen Wiskunde A kiezen: dat richtte zich vooral op praktische toepassingen van wiskunde. Dit vak behandelde onderwerpen zoals kansberekening en statistiek, vaak aan de hand van verhaaltjessommen en contextopgaven. De inhoud van wiskunde A was minder abstract.
In 1985 werden de nieuwe programma’s ingevoerd, en in 1987 vonden de eerste VWO eindexamens Wiskunde A en B plaats.
Ik heb het keuzeonderwerp “Numerieke Wiskunde” voor Wiskunde II dus maar een paar jaar kunnen gebruiken, want vanaf 1987 bestond dat niet meer.
Folkert op school
Voordat Folkert naar schoolging speelde hij heel regelmatig met Roel Bouwman. Daarom vonden we het niet nodig dat hij naar de peuterschool ging. Folkert kwam op de kleuterschool bij juf Grietje Renkema. Zij verwonderde zich regelmatig over Folkert, hij kon de moeilijkste werkjes maken en alle puzzels oplossen. En hij kon mooi tekenen, maar Folkert was er zelf meestal niet tevreden over. Hij liet de meeste tekeningen onderweg naar huis waaien. Hieronder zie je hem links met Roel Bouwman en zijn moeder en Jelle en Marianne Bouwman. Ze kwamen toen uit school, dat was op de eerste schooldag.
Folkert speelde vaak met Roel Bouwman en Peter Linde en later ook met Albert de Haan. Je ziet ze op de middelste foto.
Dat Folkert mooi kon tekenen zie je op de rechter foto. Deze tekening werd gebruikt op de voorkant van een liturgie van 29 maart 1987, Folkert was toen 9 jaar.
Op de tweede rij foto’s zie je eerst Folkert en Jelle, die een sneeuwpop maken op de oprit. Daarnaast krijgt Folkert cadeautjes in bed, hij is jarig. En op de derde foto zetten Folkert, Jan Theo en Jelle het piratenschip in elkaar, dat Folkert op zijn verjaardag heeft gekregen.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Brassband en scriba
Tot zomer 1982 speelde ik bij “It Heideblomke”in Harkema, maar toen stopte die brassband. Vrij snel daarna speelde ik in brassband “Bernlef”van Noordbergum. Jappie Dijkstra was daar de dirigent, hem kende ik want hij had ook in “It Heideblomke” gespeeld.
Na een paar jaar werd ik gevraagd of in bij “De Bazuin” in Oenkerk wilde spelen. Dat vond ik leuk want daar was ik opgegroeid en daar had ik tot we trouwden gespeeld. De dirigent was Bjinse IJlstra, hem kende ik nog van de tijd dat ik eerder in Oenkerk speelde.
Ik ging hier de tweede altpartij spelen, terwijl ik in Noordbergum de solo altpartij voor mijn rekening nam. Maar de Bazuin had een veel hoger niveau. Op de eerste alt zat Hieke Wind uit Ureterp en Antje de Ruiter speelde solo alt.
Er was wel een probleem want De Bazuin repeteerde op woensdagavond en Bettie ging op woensdagavond naar de oratoriumvereniging “Laudate Dominum” in Surhuisterveen. Dus we moesten elke woensdag oppas voor de kinderen hebben. Ons buurmeisje Leonne Wartena paste dan op de kinderen, maar dat was wel elke keer een heel gedoe want de kinderen moesten wel naar bed voordat wij weggingen.
Als Bettie aan de beurt was om te rijden naar Surhuisterveen (ze reden met vier dames naar Surhuisterveen en ze reden om de beurt), dan haalde Bjinse IJlstra mij op, en anders reed ik naar Oenkerk en dan nam ik ook nog twee personen mee. Ik haalde de solo-cornettist Douwe Bokma op van het treinstation in Buitenpost, want hij woonde in Groningen. En in Kollumerzwaag haalde ik cornettiste Bettie Beerda op.
Maar een jaar later werd ik gevraagd om scriba van de kerkenraad in Buitenpost te worden. Dat heb ik toen gedaan, want het was toch wel een heel gedoe met de opppas en het vervoer. En ik vond het ook mijn plicht om wat voor de kerk te doen.
Dus toen hing ik voorlopig de alt aan de wilgen.
Op de foto hieronder rechts de kerkenraad van die tijd. Op de voorste rij van links naar rechts: Mevr. Meetsma, mevr. de Boer, Geartsje de Vries, Follie Piersma, Rienk van der Beek, ds. Henk Linde, Miep Spa, Riemer Renkema (de voorzitter van de kerkenraad), ds. Hans Mak, de heer Harders, mevr. Stiksma, Rochus van der Meer.
Het was wel een hele drukte, het scribaat. Eén keer per maand een kleine kerkenraadsvergadering, daarvoor een vergadering met het moderamen om de vergadering voor te bereiden. Ook regelmatig een grote kerkenraadsvergadering. En elke zondag moest ik er voor zorgen dat de nieuw-ingekomenen bij de afkondigingen genoemd werden. Verder moest ik er ook voor zorgen dat de wijzingen in het ledenbestand in het kerkblad werden vermeld.
Alle vergaderingen notuleren, en die notulen stencilen voor alle kerkenraadsleden.
Dat stencilen ging ook niet zo eenvoudig. Eerst moest ik de notulen op een moedervel intypen. Dat moest foutloos, want je kon niets verbeteren. Dan met dat moedervel naar het gebouw bij de kerk, waar het stencilapparaat stond. Dat moedervel werd vervolgens op een rolband gelegd van de stencilmachine. Op een andere rol werd inkt gesmeerd. Op het moment dat de rol met het stencil en de rol met de inkt elkaar raakten moest er een papier door de opening glijden. Op dat papier stond dan de tekst, die via het moedervel op het ‘printpapier’ gedrukt werd. Als je te langzaam draaide werd de tekst vlekkerig, en als je te snel draaide werd de tekst onduidelijk omdat er te weinig inkt bij kwam. Je moest het dus heel goed in de gaten houden, en soms moest je bij-inkten. Vooral als je een liturgie voor een kerkdienst moest stencilen was het spannend, want dan moest je er 600 uitdraaien.
Na een paar jaar werd er een stencilbrander gekocht. Dan kon je alles gewoon op een vel papier typen, en er eventueel tekeningen bij maken. Dat werd dan op een moedervel “gebrand”, en dan kon je stencilen.
De eerste kerkenraadsvergadering, die ik bijwoonde, was direkt hectisch. Want dominee J. Zijlstra, die nog niet helemaal een jaar in onze gemeente stond, wilde weer vertrekken en legerpredikant worden. Er was haast bij, want hij was bijna 40 jaar en legerpredikant kon hij alleen worden als hij nog geen 40 was. Daar moest van alles voor geregeld worden.
![]() |
![]() |
Jelle als peuter en op school
Voordat Jelle naar de kleuterschool ging ging hij naar de peuterspeelplaats in de Schoolstraat bij juf Tinie Zwart.
Hij speelde in die tijd vaak met Leo van der Veen, die tegenover ons was komen wonen.
Maar toen Jelle naar de basisschool ging en Leo vroeg of hij kon spelen antwoordde Jelle: “Nee, ik moet leren!”. Leo was een paar maand jonger dan Jelle en ging daardoor een jaar later naar de basisschool. Hij zat dus een klas lager.
Hij speelde toen nog wel regelmatig met Leo maar ook wel met Wiemer Renkema en Ido Gerard Kempenaar.
Hieronder rechts zit Jelle op het toneel op een ouderavond, Ido Gerard achter hem en het meisje links is Tabienke Renkema.
Op de tweede rij foto’s zie je eerst Jelle in de zandbak aan het spelen, daarnaast is hij aan het timmeren in de garage, en op de derde foto staat hij naast de picknicktafel achter ons huis. Hij kon daar vertrouwd spelen want we hadden een hek voor de uitgang gezet.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Vakantie
Vakantie
![]() |
![]() |
![]() |
Lauwers College
Het eerste lustrum van de school werd in mei 1979 gevierd met toneel, cabaret en vossenjacht.
De school breidde zich snel uit. In 1981 waren er al meer dan 1000 leerlingen. Het was daarom ook logisch dat de school niet meer als een dependance van Oostergo in Dokkum werd beschouwd, maar als een zelfstandige school. Per 1 januari 1980 werd dat officieel. Er werd een aparte vereniging opgericht voor het Lauwers College.
Er werden in 1981 ook twee morgenpauzes ingevoerd om het grote aantal leerlingen in de zitkuil te kunnen verwerken. De ene helft van de school had na het tweede lesuur pauze, de andere helft na het derde lesuur.
Ook begonnen toen de zogenaamde vrijdagmiddagactiviteiten. Er werd voor gezorgd dat iedereen op vrijdag na het zesde lesuur vrij was (dan was het 5 over half twee). Daarna kon je naar huis, maar je kon je ook opgeven voor een bepaalde activiteit o.l.v. een leraar. Dat kon zijn: schaken, dammen, fotografie, foto’s ontwikkelen, sport, enz.
Vanaf een bepaald jaar gaf ik dan programmeren in Pascal. Daar was heel veel animo voor.
Hieronder zie je een foto van het personeel in 1988.

Personeel Lauwers College 1988
Achter van links naar rechts: André Bos, Jan Kuipers, Rinze de Haan, Andries Riedstra, Peter Schormans, Meine Zandbergen, Sytze Pilat, Herre Risselada, .., Durk Gardenier, Folkert de Boer, Rienk van der Beek, Wikje Beiboer, Harm Witsenburg, Hans Berkhof, Roel Timmermans, Douwe de Vries, Harry Westra.
Tweede rij: Marinus Verkuil, Hugo van Tienhoven, Margreet Miedema, Harry Grimmius, Gerrit Visser, Jan Martien van Weelie, Gertie Papenburg, Paulien van den Andel, Martin Kuitert, .., Garmt Bouwman, Mattheus Mulder, Kees Bok, Nanneke Westerhuis, Nanko van Dijk, Jaap Lawerman, Jans van Niejenhuis, Wietse Jongsma, Yke Luinenburg, Sipko Molenkamp, .., Willem van Kammen.
Voorste rij staand: Afke Wijngaarden, Willy Baars, Marieke Velema, Titia Talsma, Iet van der Boon, Eppie Edzes, .. , Greet van der Veen, Jilleke Kamp, Bea Kooistra
Voorste rij zittend: Douwe Holwerda, Iesie Jellema, Joop Wagenaar, Wim de Boer, Koos van Huis, Laurens Reitsma, Theo Vervuurt, Jans van Niejenhuis, .., Onnie Goslinga, Steven Tuinstra.
Hieronder een foto, gemaakt in de lerarenkamer in 1984. Je ziet van links naar rechts Laurens Reitsma, Rienk van der Beek, Wietse Jongsma, Jan Martien van Welie, Roel Timmermans, Marinus Verkuil, Gertie Papenburg, Garmt Bouwman.














































